outplacement anno 2016

nieuwe outplacementregels roepen veel vragen op

Het eenheidsstatuut heeft bijna twee jaar geleden geleid tot een nieuwe wetgeving rond outplacement. Op 1 januari 2016 worden de regels opnieuw wat gewijzigd.

De nieuwe ‘algemene regeling’ garandeert een universeel aanbod en recht op outplacement voor alle werknemers op basis van de opzegtermijn . Daarnaast blijven ook de huidige CAO’s (51 en 82bis) bestaan. Bij ontslag om dringende reden geldt nog steeds de regel dat outplacement niet verplicht is.

U vindt hier een beknopte uitleg van de onderscheidende criteria bij elk outplacement. Om het aanbod naar outplacement in goede banen te leiden stellen wij u graag de gepaste documenten ter beschikking. Wij kunnen u ook een kandidatenbrochure met uitleg over outplacement bezorgen. 
  

U vindt hier alvast een schematisch overzicht van de verschillende scenario’s binnen de algemene en bijzondere regeling van het outplacement. 

Contacteer ons gerust om een meer gedetailleerd antwoord of documenten te ontvangen op uw specifieke vragen. 

Lees ook het Workforce360 artikel, waarin drie advocaten uitleggen wat er verandert. 

'algemene regeling’ outplacement (nieuw)
Van toepassing op alle werknemers die ontslagen worden vanaf 1 januari 2014 met een opzeggingstermijn/opzeggingsvergoeding van 30 weken of meer.

'bijzondere regeling’ outplacement (CAO 82bis)
Van toepassing wanneer de werknemer niet voldoet aan de toepassingsvoorwaarden van de algemene regeling outplacement maar wel voldoet aan de voorwaarden van de CAO 82.

De werknemer voldoet tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden: 

  • Minstens 45 jaar zijn op het ogenblik van het ontslag door de werkgever; 
  • Gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst voor minstens een halftijdse betrekking: 
  • Minstens 1 jaar ononderbroken anciënniteit hebben op het moment van het ontslag; 
  • Ontslagen worden door de werkgever, behalve bij een ontslag wegens dringende reden. Dit criterium zou in de toekomst gewijzigd kunnen worden.

Aan welke werknemer niet:

  • Werknemers die minder dan halftijds werken. 
  • Werknemers die op het einde van de opzeggingstermijn of de periode gedekt door een opzeggingsvergoeding 58 jaar zijn of een beroepsverleden van 38 jaar kunnen aantonen. 

Indien een ontslagen werknemer uit die categorieën vraagt naar outplacementbegeleiding, moet de werkgever daar gevolg aan geven. Indien u als werkgever, aan een werknemer uit die bovenvermelde categorieën, spontaan een outplacementaanbod doet, is de werknemer niet verplicht het outplacement te aanvaarden.

CAO 51
De CAO 51 laat de werkgever toe om spontaan een intensief en gepersonaliseerd outplacementprogramma van 2 jaar voor te stellen aan zijn werknemer, inclusief een garantieperiode en mogelijkheid tot het tijdelijk opschorten van het programma.